Debuut dichtbundel van Gijs Gellings (geb. 1988, Rotterdam) wonend in de omgeving van Antwerpen. "Wat direct opvalt, is het gebruik van het eindrijm. Een bewuste keuze die je echter niet meteen verwacht van een jonge debutant. Gedurfd, want het heikel punt bij eindrijmen is het stramien waarin je terechtkomt. Rijm draagt bij tot de muzikaliteit van het vers. Gellings kiest voor het gebroken rijm waardoor hij zich niet laat strikken in een té strak stramien. Gellings dicht over de liefde, het kleine mensenleed, het geluk dat jonge mensen soms voelen. En hij doet dit assidu en met de hand van een meesterknecht. Hij slaagt erin mij weerloos te maken. Ik lees zijn gedichten niet alleen met groot plezier, maar ik laat mij ook betoveren door de taal, door de elegante versregels, door de muziek."
(Voorwoord door Thierry Deleu)