Als titel voor deze verzameling kolderieke verzen koos Jules Grandgagnage "Oersoep". Alles komt immers uit de oersoep. Het leven begon in chaos, als een toevalligheid, het verloopt in chaos en het eindigt ook zo, zonder zin, zonder betekenis. Alleen humor is mogelijk in staat om iets van die krankzinnigheid en zinloosheid te vatten. Met deze verzameling lichte verzen geeft de dichter zijn eigenzinnige visie weer op thema's die elders met grote ernst worden geanalyseerd. Het is kolder, maar met een ernstige, filosofische ondertoon. 'Oersoep' verwijst ook naar het procedé van het dichten zelf: de dichter haalt zijn inspiratie uit wat er onder zijn schedeldak pruttelt, een deels onbewust verlopend proces waarvan de uitkomst nooit van tevoren vaststaat.